Nieuws van de sectie Trimschaatsen

13 maart 2010: trimschaatsen
De jaarlijkse Clubkampioenschappen voor trimmers zijn weer verreden. Wie mag zich tot volgend seizoen bij de dames en herenkampioen noemen?
Klik hier voor alle uitslagen.


12 januari 2010: WEISSENSEE
Wie wil er nog mee naar de Weissensee? We hebben nog 1 plek over. We huren een appartement in Techendorf. Vertrek zondag 24 januari om ca. 7 uur per auto; terug zaterdag 30 januari. Let wel: als de echte Elfstedentocht die week doorgaat dan gaan we niet of we rijden meteen terug!

 Brigitte Holl (06-43136082) en Wim Uijlenbroek (06-41721474).


15 november 2009: natuurijs special
Teade Wouda pakt aangenaam breed uit over de verschillende soorten natuurijs, hoe ze van elkaar te onderscheiden, en waar goed op te letten. Deze bijdrage is niet alleen informatief en interessant, maar ook verplichte kost voor een ieder die graag op natuurijs schaatst.

NATUUR IJS IN SOORTEN
Als ik op de baan eens wat over natuurijs vertelde en daarbij een aanduiding gebruikte om aan te geven over welk type ijs ik het had hebben verscheidene mensen me wel eens gevraagd dit op te schrijven voor de Krabbelaar. Met het vooruitzicht op de komende winter, bij deze dan. Al wil ik er meteen bij vertellen dat ik de wijsheid niet in pacht heb. In bruikleen is meer dan genoeg.  Maar inmiddels is wel bekend dat ik uit Friesland kom en de Friese taal is rijk aan scharkeringen als we het over de verschillend typen en eigenschappen van natuurijs hebben.

Daar gaan we dan:

Bomijs
Dit is ijs wat niet meer op het water drijft maar waar grote luchtbellen/blazen onder zitten. IJs is pas sterk, als het een ondergrond heeft, en in ons geval van natuurijs dus: water. Gelukkig drijft ijs op water anders zouden we met een onderwaterpak aan moeten schaatsen. Dit bomijs ontstaat doordat het water onder het ijs vandaan zakt. Dit kan enerzijds ontstaan door bemaling of het wegvloeien van water in een meer of minder poreuze ondergrond. Het oorspronkelijke gevormde ijs blijft  aan de kant hangen of aan de begroeiing van riet of andere waterplanten. Bomijs heeft geen draagkracht. Ook al is het 10 cm dik. Ik heb meermalen mensen aan de kant op bomijs zien stappen en die dan meteen tot aan hun knieën in het water stonden. Het is herkenbaar aan een melkwitte kleur. Dus neem een grote stap er over heen op het gezonde natuurijs en je voorkomt een vroegtijdige terugtocht.

Grondijs
Grondijs ontstaat bij zeer harde en stormachtige wind en uiteraard bij vorst, maar in dit geval zeer strenge vorst. Het water blijft door de storm voortdurend in beweging en raakt door de strenge vorst onderkoeld. Er worden ijskristallen (spelden en naalden) gevormd, die nog geen geheel kunnen vormen vanwege het voortdurende golven van het water. Er ontstaat aldus een dikke brijachtige massa van ijskristallen. Op  het moment dat dan de wind iets afneemt of de vorst nog toeneemt klontert deze massa in een oogwenk aan elkaar tot dikke ronde of ovaalachtige plakkaten ijs met een omtrek van zo’n 20 tot 30 cm, en dan dikwijls in een aanzienlijke dikte van  wel 10 cm of meer. Vaak nog met opstaande randjes van soms wel 20 mm. hoog. Dit ijs tref je dus meestal aan op de lager wal. In dit geval dus de west en zuidkant van een meer of breed water. Zolang het vriest is dit ijs meestal wel sterk, maar het is echter nauwelijks te berijden. Dit komt door die opstaande randjes aan de kant van die cirkelvormige plakkaten. Als je hier met volle gang inrijdt en komt te vallen, loop je de kans op zware verwondingen. Je wordt ineens zwaar afgeremd en je staat als het ware op je kop. In het verloop van de winter als meer mensen er toch over heen rijden, wordt het wel wat beter berijdbaar, maar voorzichtigheid blijft geboden. Tegenwoordig kunnen de ijsverenigingen met hun schaafmachines dit ijs wel een stuk verbeteren. Als de temperaturen oplopen tot net boven het vriespunt of bij echt  dooi weer verliest dit ijs heel vlug zijn sterkte en wordt het bros. Dit ijs is herkenbaar aan een crèmige kleur (zoals van koffiemelk) en aan die min of meer cirkelvormige plakkaten.

Windijs
Dit is is vergelijkbaar met grondijs, alleen is het minder heftig. Dit ijs ontstaat bij harde wind en matige vorst. Het water is in beweging en er staan golven op het water terwijl het flink vriest. Ook weer tijdens dit proces van onderkoeld water bevriezen de golven en de structuur van de golven vindt je dan terug in het ijs. Je kunt er nog wel redelijk op schaatsen, maar het kost meer kracht. Je houdt er wel warme voeten bij vandaar soms ook de naam warme voeten ijs, De eigenschappen en kleur zijn vergelijkbaar met die van grondijs.

Sneeuwijs
Dit ijs ontstaat wanneer het tijdens het vriezen zo hard sneeuwt, en het water al zo koud is dat de sneeuw op het water niet meer tot water versmelt. Het blijft dan op het water drijven en bevriest dan tot een meestal gladde ijsvloer. Zolang het vriest kun je hier heel goed op schaatsen, maar pas op, dit ijs is niet taai maar bros, en heeft echt voldoende dikte nodig om jou te kunnen dragen. Zeker in het begin van de winter is dit verraderlijk ijs. Juist vanwege die brosheid. De kleur is ook weer die van koffiemelk.

Dubbeltjesijs
Dit is het meest normaal voorkomende ijs en herkenbaar aan de meer of minder voorkomende lucht- of gasbelletjes (moerasgas) van zo’n 5 tot 20 mm. Tijdens het bevriezen komen er regelmatig vanuit de ondergrond zuurstof of andere gasbelletjes naar boven die zich dan aan de onderkant van het reeds bevroren oppervlak vastzetten en niet meer aan het wateroppervlak kunnen ontsnappen. Dit ijs is prima te berijden en het voordeel ervan is dat je er de dikte goed van kan inschatten aan de hand van die belletjes. Bij de eerder genoemden is dit niet mogelijk. Dit ijs is taai en waarschuwt bij overbelasting: “ het kraken van het ijs”. Ook bij een natte dooi met een klein laagje water erop is dit ijs nog best goed te berijden. Het kraken komt bij de eerder genoemde ijssoorten nauwelijks voor. Deze ijstypen houden, of houden het niet. Ze scheuren bij overbelasting en breken dan vrij abrupt. Dubbeltjesijs buigt veel meer door. Soms rij je als het ware tegen een golf op. Het is dan onbetrouwbaar om er op door te blijven rijden.

Zwartijs
Dit is het mooiste natuurijs om te schaatsen. Bij vorst is het hard als metaal en vraagt het om vlijmscherpe messen (ijzers). Het is taai en buigt mee als het nog niet dik genoeg is. Er ontstaan helaas wel veel scheuren als men zijn drang naar schaatsen niet kan beheersen en er eigenlijk te vroeg opgaat... Natuurlijk ga je er ook hier doorheen als  het niet dik genoeg is, zo tussen de 3,5 a  5 cm is toch wel een minimum. Het lastige van dit ijs is dat de dikte ervan moeilijk valt in te schatten. Maar naar dit ijs verlangt elke schaatsliefhebber. De laatste winter hebben we van dit ijs volop kunnen profiteren. Dit ijs en ook het vorige ontstaan bij nagenoeg windstil weer, en als in een periode daarvoor het water al flink is afgekoeld zodat het snel dicht kan vriezen. Het vraagt nu eenmaal 80 x meer kou om water van 0 graden te veranderen in ijs van 0 graden, dus hoe kouder het water is hoe sneller het kan bevriezen en een windstille periode duurt bij ons nooit zolang. Ook bij dooi en ook met een laagje water er op blijft dit nog heerlijk glij-ijs.

Kwalsterijs
Ik ben bang dat ik hier een Frisisme gebruik: de letterlijke vertaling naar Nederlands. Maar er wordt ijs mee bedoeld waarop na een dooiperiode met sneeuw de sneeuw opnieuw vastvriest op het ijs. Dit kwam in de winter van 1963 veel voor waarbij we afwisselend dooi en vriesperiodes hadden met sneeuw, dooi en vorst. Dit is ook ijs waarop ook nauwelijks te schaatsen valt. Als je er met de schaats inkomt wordt die meteen afgeremd en ga je over de kop en door de ruwheid van de bevroren sneeuw kun je je vervolgens lelijk bezeren. Met sterk ijs heeft dit niks te maken. Het is gewoon vastgevroren ijs geworden sneeuw op het onderliggende ijs.

Paardeijs
Dat moeten we hebben voor een Elfstedentocht, ijs van zo’n 15 cm. dikte. Er wordt sterk ijs mee bedoeld waarop je met ingespannen paarden voor een arreslee het ijs op kunt. Als er twee paarden naast elkaar op het ijs staan betekent dit  toch gauw zo’n 2 ton aan gewicht en dit wordt verdeeld over 4 poten (pardon benen) en is dus zo'n 500 kg per hoef. De 11 steden vereniging houdt dit aan voor het grootste deel van het traject, ze moeten ook rekening houden met afslijten van het ijs,vooral bij bruggen en versmallingen en stempelplaatsen, waar geremd wordt, kan dit gemakkelijk tot een paar cm. oplopen. Bij de laatste 11 meren tocht was er bij Heeg een stempelplaats op een tjalk. Ik heb daar gelijkertijd zo’n 20 mensen door het ijs zien gaan die met  wel 40 a 50 man op een kluitje stonden om te stempelen. De buitensten konden nog net ontsnappen maar voor die 20 was de tocht afgelopen. Maar goed dat ik het zag aankomen en aan het  wachtten was tot de drukte wat minder zou worden. Het ijs was toch wel zo'n 10 cm dik, maar ze gingen er mooi doorheen. Er is trouwens niemand verdronken; met pikhaken en vaarbomen werden ze er met behulp van de omstanders snel uitgetrokken, maar zelfs met sterk ijs blijft het dus  oppassen.

Kistwerken
Deze ontstaan voornamelijk bij harde wind. Ook stroming onder het ijs heeft hier invloed op. Door de wrijving (ook bij glad ijs, maar dan wel minder) en uitzetting van het ijs ontstaan  enorme drukkrachten op het ijs. Dit wordt als het ware een kant opgeduwd. En door deze spanning spat het ijs dan ineens bij elkaar op. Op vaarten en kanalen zie je hier meestal niets van. Het komt praktisch alleen voor op grote en brede watervlakten. Ik weet niet of jullie ze gezien hebben maar in het laatste wintertje was er op de stille plas een klein kistwerk in de buurt bij het bruggetje naar de 4e plas en tussen de 3e en 4e plas was er een wat grotere bij een van de doorgangen naar de Kalverstraat. Kistwerken ontstaan vaak bij draaiende wind en in de overgang van breed naar smaller water (het nauw van een meer) Ik heb daar geen verklaring voor, maar vaak gebeurt dat aan het eind van de dag als het ijs weer tot rust komt. Met een enorme knal alsof er een straaljager door de geluidsbarrière gaat, spat het ijs dan op elkaar met daaronder een open watergeul, soms wel tot een meter breed. Het is fascinerend om mee te maken. In mijn jeugd als we dan (te) laat van het ijs kwamen (mijn moeder zei altijd dat ik de laatste man op het ijs moest bekijken en kreeg ik ijsstraf voor de volgende dag opdat ik voortaan op tijd thuis zou zijn) en het al schemerig was hoorde je die knal en een minuten lang gerinkel alsof er achter elkaar ruiten werden ingegooid. Wij stonden dan doodstil te luisteren. En de volgende dag gingen we kijken. Ook het omgekeerde komt voor. Bij draaiende wind kan het ijs ter plaatse van een scheur ook uit elkaar geduwd ( getrokken) worden. Ik heb zelf eens mee gemaakt op een tocht van Spakenburg naar Kampen langs de randmeren in de buurt van Ermelo dat wat ‘s morgens nog een gewone scheur van 1 cm was dwars op de baan, ’s avonds bij terugkeer een geul van zo'n 50 cm geworden was. De organiserende ijsverenigingen hadden een brede strook afgezet en er brug overheen geslagen om te kunnen passeren. Ik wil hiermee maar aangeven dat ook bij sterk ijs je je ogen goed de kost moet geven en ook dat wanneer je ’s avonds over dezelfde route terugkomt het niet zo hoeft te zijn dat er niets veranderd is. Het spreekwoord ijs is alle mensen te wijs gaat nog steeds op.

Zeeijs
Spreekt voor zich zelf. Is niet van belang voor ons als schaatsenrijders. Maar bij een flinke winter kan ik je van harte aanbevelen om eens met de veerboot van het vaste land naar Schiermonnikoog of Ameland te varen. Je krijgt dan een klein beetje een indruk van waartoe de natuur in staat is. En misschien een klein beetje een voorstelling hoe het er op de pool uit kan zien.

Dan hebben we nog Schotsijs.
Ook dit spreekt voor zichzelf. Op vaarten, meren, rivieren en kanalen waar gevaren wordt, wordt het aanwezige ijs door de schepen kapot gevaren en schuiven de ijsschotsen over en onder elkaar door. Ook hier geldt met behoedzaam en met beleid schaatsen, en oppassen voor boven het ijs uitstekende schotsen.

IJs verkennen ofwel de baan doorbrengen

Dan wil ik nog iets vertellen over het als eerste rijder het dan nog maagdelijke ijs verkennen..In mijn vaders jeugd was het een eer als je als eerste de baan er had doorgebracht van het ene dorp aar het andere.De een vond het roekeloos,de ander dat het getuigde van moed. De waarheid ligt in het midden,tenslotte is er altijd een die de eerste zal (moet) zijn.Je werd dan in het dorpscafe vermeldt en kwam je naam op de balk te staan of op een lei met naam en datum.Dat werd dan als een hele eer beschouwd..Zo ging dat van dorp naar dorp waarna de plaatselijke ijsclubs de baan verder uitzetten en de richtingaanwijzers verzorgden.Deze plaatselijke ijsclubs waren weer aangesloten bij de IJ.W.C. (Ijswegencentrale een soort ijs anwb) en het beheer over die borden hadden.. Zo kreeg je van plaats naar plaats een uitgezette en veilge baan,en had je ook in schemering en donker een orientatie.Lantaarns langs de routes aanleggen kost helaas te veel tijd.
Ik heb vele keren met andere kornuiten de baan doorgebracht.We melden ons dan wel in het cafe om te vertellen dat het kon,maar de folklore dat je op de balk kwam was toen al grotendeels voorbij.
Wanneer kun je nu op het ijs. Een harde regel is er niet.Het is sterk afhankelijk van wind,stroming,kwaliteit van het water, ligging van het water tov  windrichting,min of meer beschutte ligging.Wij zijn thuis groot gebracht met de 10.10 10 regel.Dit hield in gedurende 10 uur,10 graden vorst geeft 10 mm ijs. En wij mochten er op als het  5cm.dik was en dan niet meer als met zijn drien naast of achter elkaar..Wij zaten altijd te rekenen als we al aan de 500 vorsturen waren..Maar voor die tijd waren we natuurlijk al lang bezig met schotsje lopen >> zetten noemde we dat. Erst even aan de kant proberen en als dat dan hield nam je een aanloop en op klompen slierde je dan over het ijs.Eerst met een tegelijk dan met twee,eerst een smal slootje en dan een bredere enzv..Ik heb menig nat pak gehaald of natte voeten.Maar daarmee leerde je natuurlijk wel het ijs en de draagkracht kennen.
In Amerika ,Canada en Rusland zijn er tegenwoordig wetenschappers (hoogleraren) die zich bezig houden met ijsmechanica.. De sterkteleer over ijs. Zij hebben ontdekt dat de sterkte van ijs zich verhoudt tot de kwadraten van de dikte.Dit houdt in dat bv ijs van 6cm dik 4x zo sterk is als ijs van 3 cm. Zij hebben dat (die wetenschap over sterkte en draagkracht)daar nodig om zwaar materieel  over bevroren water te transporteren ten behoeve van de olie exploratie en exploitatie in Alaska en de noordelijke gelegen streken.

Wat nu om het ijs te verkennen
Ga nooit alleen het ijs op plaatsen waar nog geen streken staan en waar je staande kan drinken. Dit geldt niet alleen voor ouders maar zeker ook voor kinderen. Een nat pak halen op een slootje is geen ramp, maar verdrinken doe je maar een keer. Laat dit over aan jonge kerels/meiden van zo’n 16 tot 25 jaar. Eentje moet er tenslotte de eerste zijn. Die moeten goed kunnen zwemmen. Ze moeten niet roekeloos zijn, voorzichtig en weloverwogen risico's inschatten. Teruggaan als het echt niet kan. Goed inzicht hebben in ijs. Bekend zijn met de plaatselijke situatie, en de weersomstandigheden kennen tijdens het bevriezen (windsterkte/windrichting en mate van vorst). Verdacht zijn op kleurafwijkingen/randen/scheuren in het ijs. Wees bij aangevroren randen verdacht op wind- en of vogelwakken. Deze wakken kunnen een behoorlijke omvang hebben. Deze kunnen ook bij strenge vorst lang open blijven en toch in het verdere tijdsverloop dicht vriezen,maar dan wel een te dun laagje ijs hebben. Rijdt nooit naast elkaar maar altijd achter elkaar met voldoende (10m) tussenruimte. Het veiligst is om dit met tenminste 2 of beter nog met zijn drieën te doen. Neem alle drie een lange lijn mee met daaraan een houten klos. De lijn moet door de klos heen lopen en er niet omheen. De klos sliert dan beter (verder) en de lijn kan er niet afschieten. Ook een meegenomen lange wilgenstok kan goed dienst doen. Wees verdacht op onderbrekingen in de rietkraag of open plekken na bebouwing of bosschages. In de luwte vriest het eerder dicht en uit de luwte komend rijd je zo maar een dunnere ijsvloer op.

Mocht je toch doorheen gaan,laat je dan zo breeduit mogelijk (met gespreide armen) vallen om te voorkomen dat je onder het ijs schiet. Realiseer je dit in die halve seconde die je nog hebt voor dat je erin gaat. Om eruit te komen het volgende:

Gooi de lijn met de klos naar de drenkeling of als de drenkeling in staat is kan hij zelf de klos gooien. Mocht je toch onvoorzichtig zijn geweest en alleen zijnde er onverhoeds door heen gaan en er geen omstanders in de buurt zijn, ga niet om hulp schreeuwen. Ze horen je toch niet en je kunt je energie beter gebruiken om er uit te komen. Dwing jezelf kalm te blijven. Als het ijs dik genoeg is (ik ga er vanuit dat je in een wak bent gereden) kun je baat hebben bij de in de handel zijnde prikpennen aan een koord.

Als je er doorheen gegaan bent op te dun ijs loop je de kans met die prikpen het ijs elke keer een stukje verder te splijten. Ik heb zelf de beste ervaringen met het er op de rug uitkomen. Als je er voorover uit wil komen, trekken je benen (zeker met zware schaatsen aan ) onder het ijs. Net zoals je zomers aan het zwemmen bent, en vanuit het water in de boot wil klimmen. Je moet dan heel wat kracht uitoefenen om horizontaal in het water te komen, en als je op je rug ligt, kun je bewegend met je benen en gespreide armen het ijs op schuiven. Het gewicht wordt dan ook over een groter oppervlak verdeeld. Als je schouderbladen een keer op het ijs liggen kun je je draaien en er verder uitkomen. Als je dit voorover liggend doet, komt de kracht via je handen op de voorkant van het ijs met het gevaar dat dit steeds opnieuw afbreekt. Als het ijs dus onbetrouwbaar gebleken is, loop je het risico om aan de wal te komen er nog eens in te raken. Zeker als je ver uit de vaste wal bent. Je bent dan ook nog een stuk zwaarder door de natte kleren. Rijd over de zelfde route terug (langs de zelfde streken) als er kort bij geen bebouwing is en als het hard vriest zo hard als je kunt. Je houdt dan de bloedsomloop aan de gang. Als je wel bij bebouwing kunt komen en al flink onderkoeld ben: ga nooit de warmte in. Een vorstvrij vertrek is het beste, en warm langzaam op. Gebruik geen alcohol, maar lauwwarme melk of thee.

Ik veronderstel niet dat er bij onze SVU-ers veel mensen zijn die er op uit zijn ergens een baan door te brengen. De winters zijn er tekort voor en niet heftig genoeg. Maar ik zou zeggen doe er je voordeel mee. In elk geval veel buitenijs plezier toegewenst en in elk geval hoop ik dat de natte pak ervaringen niet nodig zullen zijn.

Ik wil eindigen met een gedicht uit een almanak van 1850 (met excuus aan de dames)

Teade

Pas op voor vrouwen en ijs  
1)  Twee zaken moet ge steeds mistrouwen 2)  Och neen, de man dronk daags zijn pintje
   Zo hoogst gevaarlijk als ze zijn     Stierf vrij gezond en grijs
   Artikel een dat zijn de vrouwen     Artikel twee mijn jeugdig vrindje
   Artikel twee? Ge meent de wijn     Artikel twee dat is het ijs
3)  Wat aangaat een: vergeeft Mevrouwen 4)  En twee, die valschaard, die verrader
   Dat ik ‘s mans onzin hier herhaal     Die nimmer scheen, hetgeen hij was
   Ik ben daarbij zult gij vertrouwen     Treed nooit dat beeld van wreedheid nader
   Nog niet aan ’t eind van mijn verhaal.             Nooit op de korst van pseudo-glas.
 


17 maart 2009: clubkampioenschappen
Op zaterdag 14 maart werden de Clubkampioenschappen voor trimmers gereden. De Junioren en Dames senioren reden de 500 en 1000 meter, de Heren senioren reden de 500 en 1500 meter. Klik hier voor een fotoverslag van de avond, en klik hier voor twee haarscherpe video's. Beide zijn inmiddels ook te vinden via het menu boven, onder "Trimmers" !

De uitslagen vind je hieronder.

Een verslag volgt snel.


2 januari 2009: natuurijs, waar en hoe?
ErEr ligt natuurijs en op diverse plaatsen wordt al geschaatst, soms zelfs behoorlijk massaal. Maar hoe kom je te weten of je ergens terecht kunt? Een goede website om nauwlettend in de gaten te houden is Schaatsforum.nl. Daar wisselen mensen die al op natuurijs geschaatst hebben ervaringen uit, vaak met een foto van de gereden route erbij (Google Maps) en ze melden hoe het ijs was, of het veilig was, hoe druk, dat soort dingen. Een aanrader, kijk op Schaatsforum.nl, scroll daar naar beneden en kijk onder te kop "natuurijs en toertochten".

Voor alle duidelijkheid, schaatsen op natuurijs is m>geen activiteit die door SVU wordt georganiseerd, en men gaat dus altijd geheel op eigen risico!

Er zijn een aantal algemeen geldende veiligheidstips voor als je gaat schaatsen op natuurijs:

  • Ga nooit alleen op pad.
  • Ga niet op pad in het donker of bij dichte mist.
  • Neem ijspriem (met kurk op de punt), touw en GSM mee.
  • Neem reservekleding mee.
  • Ga bij twijfel terug.

Nog meer goede veiligheidstips vind je hier. Bezoek Natuurijsschaatsen.nl  voor meer informatie over allerlei toertochten (die binnenkort hopelijk gereden kunnen worden). Ten slotte, wees steeds voorzichtig, en voor de rest: heel veel plezier!!


11 december 2008: persoonlijke records vanaf 2002

De persoonlijke records van de dames en heren trimmers zijn bijgewerkt, in een lijst gezet en raadpleegbaar. De gereden afstanden zijn - meestal - 500 en 1000 meter voor de Dames, en 500 en 1500 meter voor de Heren. De persoonlijke records (pr's) gaan terug tot 2002:

PR's van de Dames
PR's van de Heren


8 maart 2008, trimmers: Clubkampioenschappen Trimmers 2008

Op zaterdag 8 maart werd na afloop van de Interclub om de Vechtsebanentrofee werd nog gestreden om het clubkampioenschap bij de Trimmers. Klik hier voor een overzicht van de uitslagen.

 

foto trimschaatsen 1

foto trimschaatsen 2

foto trimschaatsen 3

foto trimschaatsen 5

foto trimschaatsen 6