Nieuws van de sectie Trimschaatsen
13 maart 2010: trimschaatsen
De jaarlijkse Clubkampioenschappen voor trimmers zijn weer
verreden. Wie mag zich tot volgend seizoen bij de dames en
herenkampioen noemen?
Klik hier voor alle uitslagen.
12 januari 2010: WEISSENSEE
Wie wil er nog mee naar de Weissensee? We hebben nog 1 plek
over. We huren een appartement in Techendorf. Vertrek zondag
24 januari om ca. 7 uur per auto; terug zaterdag 30 januari.
Let wel: als de echte Elfstedentocht die week doorgaat dan
gaan we niet of we rijden meteen terug!
Brigitte Holl (06-43136082) en Wim Uijlenbroek (06-41721474).
15 november 2009: natuurijs
special
Teade Wouda pakt aangenaam breed uit over de verschillende soorten
natuurijs, hoe ze van elkaar te onderscheiden, en waar goed
op te letten. Deze bijdrage is niet alleen informatief en
interessant, maar ook verplichte kost voor een ieder die
graag op natuurijs schaatst.
NATUUR IJS IN SOORTEN
Als ik op de baan eens wat over natuurijs vertelde en
daarbij een aanduiding gebruikte om aan te geven over welk
type ijs ik het had hebben verscheidene mensen me wel eens
gevraagd dit op te schrijven voor de Krabbelaar. Met het
vooruitzicht op de komende winter, bij deze dan. Al wil ik er
meteen bij vertellen dat ik de wijsheid niet in pacht heb. In
bruikleen is meer dan genoeg. Maar inmiddels is
wel bekend dat ik uit Friesland kom en de Friese taal is
rijk aan scharkeringen als we het over de verschillend typen
en eigenschappen van natuurijs hebben.
Daar gaan we dan:
Bomijs
Dit is ijs wat niet meer op het water drijft maar waar grote
luchtbellen/blazen onder zitten. IJs is pas sterk, als het
een ondergrond heeft, en in ons geval van natuurijs dus:
water. Gelukkig drijft ijs op water anders zouden we met een
onderwaterpak aan moeten schaatsen. Dit bomijs ontstaat
doordat het water onder het ijs vandaan zakt. Dit kan
enerzijds ontstaan door bemaling of het wegvloeien van water
in een meer of minder poreuze ondergrond. Het
oorspronkelijke gevormde ijs blijft aan de kant hangen of
aan de begroeiing van riet of andere waterplanten. Bomijs
heeft geen draagkracht. Ook al is het 10 cm dik. Ik heb
meermalen mensen aan de kant op bomijs zien stappen en die
dan meteen tot aan hun knieën in het water stonden. Het is
herkenbaar aan een melkwitte kleur. Dus neem een grote stap
er over heen op het gezonde natuurijs en je voorkomt een
vroegtijdige terugtocht.
Grondijs
Grondijs ontstaat bij zeer harde en stormachtige wind en
uiteraard bij vorst, maar in dit geval zeer strenge vorst.
Het water blijft door de storm voortdurend in beweging en
raakt door de strenge vorst onderkoeld. Er worden
ijskristallen (spelden en naalden) gevormd, die nog geen
geheel kunnen vormen vanwege het voortdurende golven van het
water. Er ontstaat aldus een dikke brijachtige massa van
ijskristallen. Op het moment dat dan de wind iets
afneemt of de vorst nog toeneemt klontert deze massa in een
oogwenk aan elkaar tot dikke ronde of ovaalachtige plakkaten
ijs met een omtrek van zo’n 20 tot 30 cm, en dan dikwijls in
een aanzienlijke dikte van wel 10 cm of meer. Vaak nog
met opstaande randjes van soms wel 20 mm. hoog. Dit ijs tref
je dus meestal aan op de lager wal. In dit geval dus de west
en zuidkant van een meer of breed water. Zolang het vriest
is dit ijs meestal wel sterk, maar het is echter nauwelijks
te berijden. Dit komt door die opstaande randjes aan de kant
van die cirkelvormige plakkaten. Als je hier met volle gang
inrijdt en komt te vallen, loop je de kans op zware
verwondingen. Je wordt ineens zwaar afgeremd en je staat als
het ware op je kop. In het verloop van de winter als meer
mensen er toch over heen rijden, wordt het wel wat beter
berijdbaar, maar voorzichtigheid blijft geboden. Tegenwoordig
kunnen de ijsverenigingen met hun schaafmachines dit ijs wel
een stuk verbeteren. Als de temperaturen oplopen tot net
boven het vriespunt of bij echt dooi weer verliest dit ijs
heel vlug zijn sterkte en wordt het bros. Dit ijs is
herkenbaar aan een crèmige kleur (zoals van koffiemelk) en
aan die min of meer cirkelvormige plakkaten.
Windijs
Dit is is vergelijkbaar met grondijs, alleen is het minder
heftig. Dit ijs ontstaat bij harde wind en matige vorst. Het
water is in beweging en er staan golven op het water terwijl
het flink vriest. Ook weer tijdens dit proces van onderkoeld
water bevriezen de golven en de structuur van de golven
vindt je dan terug in het ijs. Je kunt er nog wel redelijk
op schaatsen, maar het kost meer kracht. Je houdt er wel
warme voeten bij vandaar soms ook de naam warme voeten ijs,
De eigenschappen en kleur zijn vergelijkbaar met die van
grondijs.
Sneeuwijs
Dit ijs ontstaat wanneer het tijdens het vriezen zo hard
sneeuwt, en het water al zo koud is dat de sneeuw op het
water niet meer tot water versmelt. Het blijft dan op het
water drijven en bevriest dan tot een meestal gladde
ijsvloer. Zolang het vriest kun je hier heel goed op
schaatsen, maar pas op, dit ijs is niet taai maar bros, en
heeft echt voldoende dikte nodig om jou te kunnen dragen.
Zeker in het begin van de winter is dit verraderlijk ijs.
Juist vanwege die brosheid. De kleur is ook weer die van
koffiemelk.
Dubbeltjesijs
Dit is het meest normaal voorkomende ijs en herkenbaar aan
de meer of minder voorkomende lucht- of gasbelletjes
(moerasgas) van zo’n 5 tot 20 mm. Tijdens het bevriezen
komen er regelmatig vanuit de ondergrond zuurstof of andere
gasbelletjes naar boven die zich dan aan de onderkant van
het reeds bevroren oppervlak vastzetten en niet meer aan het
wateroppervlak kunnen ontsnappen. Dit ijs is prima te
berijden en het voordeel ervan is dat je er de dikte goed
van kan inschatten aan de hand van die belletjes. Bij de
eerder genoemden is dit niet mogelijk. Dit ijs is taai en
waarschuwt bij overbelasting: “ het kraken van het ijs”. Ook
bij een natte dooi met een klein laagje water erop is dit
ijs nog best goed te berijden. Het kraken komt bij de eerder
genoemde ijssoorten nauwelijks voor. Deze ijstypen houden,
of houden het niet. Ze scheuren bij overbelasting en breken
dan vrij abrupt. Dubbeltjesijs buigt veel meer door. Soms
rij je als het ware tegen een golf op. Het is dan
onbetrouwbaar om er op door te blijven rijden.
Zwartijs
Dit is het mooiste natuurijs om te schaatsen. Bij vorst is
het hard als metaal en vraagt het om vlijmscherpe messen
(ijzers). Het is taai en buigt mee als het nog niet dik
genoeg is. Er ontstaan helaas wel veel scheuren als men zijn
drang naar schaatsen niet kan beheersen en er eigenlijk te
vroeg opgaat... Natuurlijk ga je er ook hier doorheen als
het niet dik genoeg is, zo tussen de 3,5 a 5 cm is
toch wel een minimum. Het lastige van dit ijs is dat de
dikte ervan moeilijk valt in te schatten. Maar naar dit ijs
verlangt elke schaatsliefhebber. De laatste winter hebben we
van dit ijs volop kunnen profiteren. Dit ijs en ook het
vorige ontstaan bij nagenoeg windstil weer, en als in een
periode daarvoor het water al flink is afgekoeld zodat het
snel dicht kan vriezen. Het vraagt nu eenmaal 80 x meer kou
om water van 0 graden te veranderen in ijs van 0 graden, dus
hoe kouder het water is hoe sneller het kan bevriezen en een
windstille periode duurt bij ons nooit zolang. Ook bij dooi
en ook met een laagje water er op blijft dit nog heerlijk
glij-ijs.
Kwalsterijs
Ik ben bang dat ik hier een Frisisme gebruik: de
letterlijke vertaling naar Nederlands. Maar er wordt ijs mee
bedoeld waarop na een dooiperiode met sneeuw de sneeuw
opnieuw vastvriest op het ijs. Dit kwam in de winter van
1963 veel voor waarbij we afwisselend dooi en vriesperiodes
hadden met sneeuw, dooi en vorst. Dit is ook ijs waarop ook
nauwelijks te schaatsen valt. Als je er met de schaats
inkomt wordt die meteen afgeremd en ga je over de kop en
door de ruwheid van de bevroren sneeuw kun je je vervolgens
lelijk bezeren. Met sterk ijs heeft dit niks te maken. Het
is gewoon vastgevroren ijs geworden sneeuw op het
onderliggende ijs.
Paardeijs
Dat moeten we hebben voor een Elfstedentocht, ijs van zo’n
15 cm. dikte. Er wordt sterk ijs mee bedoeld waarop je met
ingespannen paarden voor een arreslee het ijs op kunt. Als
er twee paarden naast elkaar op het ijs staan betekent dit
toch gauw zo’n 2 ton aan gewicht en dit wordt verdeeld over
4 poten (pardon benen) en is dus zo'n 500 kg per hoef. De 11
steden vereniging houdt dit aan voor het grootste deel van
het traject, ze moeten ook rekening houden met afslijten van
het ijs,vooral bij bruggen en versmallingen en
stempelplaatsen, waar geremd wordt, kan dit gemakkelijk tot
een paar cm. oplopen. Bij de laatste 11 meren tocht was er
bij Heeg een stempelplaats op een tjalk. Ik heb daar
gelijkertijd zo’n 20 mensen door het ijs zien gaan die met
wel 40 a 50 man op een kluitje stonden om te stempelen. De
buitensten konden nog net ontsnappen maar voor die 20 was de
tocht afgelopen. Maar goed dat ik het zag aankomen en aan
het wachtten was tot de drukte wat minder zou worden.
Het ijs was toch wel zo'n 10 cm dik, maar ze gingen er mooi
doorheen. Er is trouwens niemand verdronken; met pikhaken en
vaarbomen werden ze er met behulp van de omstanders snel
uitgetrokken, maar zelfs met sterk ijs blijft het dus
oppassen.
Kistwerken
Deze ontstaan voornamelijk bij harde wind. Ook stroming
onder het ijs heeft hier invloed op. Door de wrijving (ook
bij glad ijs, maar dan wel minder) en uitzetting van het ijs
ontstaan enorme drukkrachten op het ijs. Dit wordt als
het ware een kant opgeduwd. En door deze spanning spat het
ijs dan ineens bij elkaar op. Op vaarten en kanalen zie je
hier meestal niets van. Het komt praktisch alleen voor op
grote en brede watervlakten. Ik weet niet of jullie ze
gezien hebben maar in het laatste wintertje was er op de
stille plas een klein kistwerk in de buurt bij het bruggetje
naar de 4e plas en tussen de 3e en 4e plas was er een wat
grotere bij een van de doorgangen naar de Kalverstraat.
Kistwerken ontstaan vaak bij draaiende wind en in de
overgang van breed naar smaller water (het nauw van een
meer) Ik heb daar geen verklaring voor, maar vaak gebeurt
dat aan het eind van de dag als het ijs weer tot rust komt.
Met een enorme knal alsof er een straaljager door de
geluidsbarrière gaat, spat het ijs dan op elkaar met
daaronder een open watergeul, soms wel tot een meter breed.
Het is fascinerend om mee te maken. In mijn jeugd als we dan
(te) laat van het ijs kwamen (mijn moeder zei altijd dat ik
de laatste man op het ijs moest bekijken en kreeg ik
ijsstraf voor de volgende dag opdat ik voortaan op tijd
thuis zou zijn) en het al schemerig was hoorde je die knal
en een minuten lang gerinkel alsof er achter elkaar ruiten
werden ingegooid. Wij stonden dan doodstil te luisteren. En
de volgende dag gingen we kijken. Ook het omgekeerde komt
voor. Bij draaiende wind kan het ijs ter plaatse van een
scheur ook uit elkaar geduwd ( getrokken) worden. Ik heb
zelf eens mee gemaakt op een tocht van Spakenburg naar
Kampen langs de randmeren in de buurt van Ermelo dat wat ‘s
morgens nog een gewone scheur van 1 cm was dwars op de baan,
’s avonds bij terugkeer een geul van zo'n 50 cm geworden
was. De organiserende ijsverenigingen hadden een brede
strook afgezet en er brug overheen geslagen om te kunnen
passeren. Ik wil hiermee maar aangeven dat ook bij sterk ijs
je je ogen goed de kost moet geven en ook dat wanneer je ’s
avonds over dezelfde route terugkomt het niet zo hoeft te
zijn dat er niets veranderd is. Het spreekwoord ijs is
alle mensen te wijs gaat nog steeds op.
Zeeijs
Spreekt voor zich zelf. Is niet van belang voor ons als
schaatsenrijders. Maar bij een flinke winter kan ik je van
harte aanbevelen om eens met de veerboot van het vaste land
naar Schiermonnikoog of Ameland te varen. Je krijgt dan een
klein beetje een indruk van waartoe de natuur in staat is.
En misschien een klein beetje een voorstelling hoe het er op
de pool uit kan zien.
Dan hebben we nog Schotsijs.
Ook dit spreekt voor zichzelf. Op vaarten, meren, rivieren
en kanalen waar gevaren wordt, wordt het aanwezige ijs door
de schepen kapot gevaren en schuiven de ijsschotsen over en
onder elkaar door. Ook hier geldt met behoedzaam en met
beleid schaatsen, en oppassen voor boven het ijs uitstekende
schotsen.
IJs verkennen ofwel de baan doorbrengen
Dan wil ik nog iets vertellen over het als eerste rijder
het dan nog maagdelijke ijs verkennen..In mijn vaders jeugd
was het een eer als je als eerste de baan er had
doorgebracht van het ene dorp aar het andere.De een vond het
roekeloos,de ander dat het getuigde van moed. De waarheid
ligt in het midden,tenslotte is er altijd een die de eerste
zal (moet) zijn.Je werd dan in het dorpscafe vermeldt en
kwam je naam op de balk te staan of op een lei met naam en
datum.Dat werd dan als een hele eer beschouwd..Zo ging dat
van dorp naar dorp waarna de plaatselijke ijsclubs de baan
verder uitzetten en de richtingaanwijzers verzorgden.Deze
plaatselijke ijsclubs waren weer aangesloten bij de IJ.W.C.
(Ijswegencentrale een soort ijs anwb) en het beheer over die
borden hadden.. Zo kreeg je van plaats naar plaats een
uitgezette en veilge baan,en had je ook in schemering en
donker een orientatie.Lantaarns langs de routes aanleggen
kost helaas te veel tijd.
Ik heb vele keren met andere kornuiten de baan
doorgebracht.We melden ons dan wel in het cafe om te
vertellen dat het kon,maar de folklore dat je op de balk
kwam was toen al grotendeels voorbij.
Wanneer kun je nu op het ijs. Een harde regel is er niet.Het
is sterk afhankelijk van wind,stroming,kwaliteit van het
water, ligging van het water tov windrichting,min of
meer beschutte ligging.Wij zijn thuis groot gebracht met de
10.10 10 regel.Dit hield in gedurende 10 uur,10 graden vorst
geeft 10 mm ijs. En wij mochten er op als het 5cm.dik
was en dan niet meer als met zijn drien naast of achter
elkaar..Wij zaten altijd te rekenen als we al aan de 500
vorsturen waren..Maar voor die tijd waren we natuurlijk al
lang bezig met schotsje lopen >> zetten noemde we dat. Erst
even aan de kant proberen en als dat dan hield nam je een
aanloop en op klompen slierde je dan over het ijs.Eerst met
een tegelijk dan met twee,eerst een smal slootje en dan een
bredere enzv..Ik heb menig nat pak gehaald of natte
voeten.Maar daarmee leerde je natuurlijk wel het ijs en de
draagkracht kennen.
In Amerika ,Canada en Rusland zijn er tegenwoordig
wetenschappers (hoogleraren) die zich bezig houden met
ijsmechanica.. De sterkteleer over ijs. Zij hebben ontdekt
dat de sterkte van ijs zich verhoudt tot de kwadraten van de
dikte.Dit houdt in dat bv ijs van 6cm dik 4x zo sterk is als
ijs van 3 cm. Zij hebben dat (die wetenschap over sterkte en
draagkracht)daar nodig om zwaar materieel over
bevroren water te transporteren ten behoeve van de olie
exploratie en exploitatie in Alaska en de noordelijke
gelegen streken.
Wat nu om het ijs te verkennen
Ga nooit alleen het ijs op plaatsen waar nog geen streken
staan en waar je staande kan drinken. Dit geldt niet alleen
voor ouders maar zeker ook voor kinderen. Een nat pak halen
op een slootje is geen ramp, maar verdrinken doe je maar een
keer. Laat dit over aan jonge kerels/meiden van zo’n 16 tot
25 jaar. Eentje moet er tenslotte de eerste zijn. Die moeten
goed kunnen zwemmen. Ze moeten niet roekeloos zijn,
voorzichtig en weloverwogen risico's inschatten. Teruggaan
als het echt niet kan. Goed inzicht hebben in ijs. Bekend
zijn met de plaatselijke situatie, en de weersomstandigheden
kennen tijdens het bevriezen (windsterkte/windrichting en
mate van vorst). Verdacht zijn op
kleurafwijkingen/randen/scheuren in het ijs. Wees bij
aangevroren randen verdacht op wind- en of vogelwakken. Deze
wakken kunnen een behoorlijke omvang hebben. Deze kunnen ook
bij strenge vorst lang open blijven en toch in het verdere
tijdsverloop dicht vriezen,maar dan wel een te dun laagje
ijs hebben. Rijdt nooit naast elkaar maar altijd achter
elkaar met voldoende (10m) tussenruimte. Het veiligst is om
dit met tenminste 2 of beter nog met zijn drieën te doen.
Neem alle drie een lange lijn mee met daaraan een houten
klos. De lijn moet door de klos heen lopen en er niet
omheen. De klos sliert dan beter (verder) en de lijn kan er
niet afschieten. Ook een meegenomen lange wilgenstok kan
goed dienst doen. Wees verdacht op onderbrekingen in de
rietkraag of open plekken na bebouwing of bosschages. In de
luwte vriest het eerder dicht en uit de luwte komend rijd je
zo maar een dunnere ijsvloer op.
Mocht je toch doorheen gaan,laat je dan zo breeduit
mogelijk (met gespreide armen) vallen om te voorkomen dat je
onder het ijs schiet. Realiseer je dit in die halve seconde
die je nog hebt voor dat je erin gaat. Om eruit te komen het
volgende:
Gooi de lijn met de klos naar de drenkeling of als de
drenkeling in staat is kan hij zelf de klos gooien. Mocht je
toch onvoorzichtig zijn geweest en alleen zijnde er
onverhoeds door heen gaan en er geen omstanders in de buurt
zijn, ga niet om hulp schreeuwen. Ze horen je toch niet en
je kunt je energie beter gebruiken om er uit te komen. Dwing
jezelf kalm te blijven. Als het ijs dik genoeg is (ik ga er
vanuit dat je in een wak bent gereden) kun je baat hebben
bij de in de handel zijnde prikpennen aan een koord.
Als je er doorheen gegaan bent op te dun ijs loop je de
kans met die prikpen het ijs elke keer een stukje verder te
splijten. Ik heb zelf de beste ervaringen met het er op de
rug uitkomen. Als je er voorover uit wil komen, trekken je
benen (zeker met zware schaatsen aan ) onder het ijs. Net
zoals je zomers aan het zwemmen bent, en vanuit het water in
de boot wil klimmen. Je moet dan heel wat kracht uitoefenen
om horizontaal in het water te komen, en als je op je rug
ligt, kun je bewegend met je benen en gespreide armen het
ijs op schuiven. Het gewicht wordt dan ook over een groter
oppervlak verdeeld. Als je schouderbladen een keer op het
ijs liggen kun je je draaien en er verder uitkomen. Als je
dit voorover liggend doet, komt de kracht via je handen op
de voorkant van het ijs met het gevaar dat dit steeds
opnieuw afbreekt. Als het ijs dus onbetrouwbaar gebleken is,
loop je het risico om aan de wal te komen er nog eens in te
raken. Zeker als je ver uit de vaste wal bent. Je bent dan
ook nog een stuk zwaarder door de natte kleren. Rijd over de
zelfde route terug (langs de zelfde streken) als er kort bij
geen bebouwing is en als het hard vriest zo hard als je
kunt. Je houdt dan de bloedsomloop aan de gang. Als je wel
bij bebouwing kunt komen en al flink onderkoeld ben: ga
nooit de warmte in. Een vorstvrij vertrek is het beste, en
warm langzaam op. Gebruik geen alcohol, maar lauwwarme melk
of thee.
Ik veronderstel niet dat er bij onze SVU-ers veel mensen
zijn die er op uit zijn ergens een baan door te brengen. De
winters zijn er tekort voor en niet heftig genoeg. Maar ik
zou zeggen doe er je voordeel mee. In elk geval veel
buitenijs plezier toegewenst en in elk geval hoop ik dat de
natte pak ervaringen niet nodig zullen zijn.
Ik wil eindigen met een gedicht uit een almanak van 1850
(met excuus aan de dames)
Teade
| Pas
op voor vrouwen en ijs |
|
| 1) Twee zaken moet ge
steeds mistrouwen |
2) Och neen, de man dronk daags zijn pintje |
| Zo hoogst gevaarlijk als
ze zijn |
Stierf vrij gezond en grijs |
| Artikel een dat zijn de
vrouwen |
Artikel twee mijn jeugdig vrindje |
| Artikel twee? Ge meent
de wijn |
Artikel twee dat is het ijs |
| 3) Wat aangaat een:
vergeeft Mevrouwen |
4) En twee, die valschaard, die verrader |
| Dat ik ‘s mans onzin
hier herhaal
|
Die nimmer scheen, hetgeen hij was |
| Ik ben daarbij zult gij
vertrouwen |
Treed nooit dat beeld van wreedheid nader |
| Nog niet
aan ’t eind van mijn verhaal.
|
Nooit op de korst van
pseudo-glas.
|
17 maart 2009: clubkampioenschappen
Op zaterdag 14 maart werden de Clubkampioenschappen voor trimmers
gereden. De Junioren en Dames senioren reden de 500 en 1000 meter, de Heren
senioren reden de 500 en 1500 meter.
Klik hier voor een fotoverslag van de avond, en
klik hier voor twee haarscherpe video's. Beide
zijn inmiddels ook te vinden via het menu boven, onder "Trimmers" !
De uitslagen vind je hieronder.
Een verslag volgt snel.
2 januari 2009: natuurijs, waar en hoe?
ErEr ligt natuurijs en op diverse plaatsen wordt al geschaatst, soms zelfs
behoorlijk massaal. Maar hoe kom je te weten of je ergens terecht kunt?
Een goede website om nauwlettend in de gaten te houden is
Schaatsforum.nl.
Daar wisselen mensen die al op natuurijs geschaatst hebben ervaringen
uit, vaak met een foto van de gereden route erbij (Google Maps) en ze
melden hoe het ijs was, of het veilig was, hoe druk, dat soort dingen.
Een aanrader, kijk op
Schaatsforum.nl, scroll daar naar beneden en kijk onder te kop
"natuurijs en toertochten".
Voor alle duidelijkheid, schaatsen op natuurijs is m>geen
activiteit die door SVU wordt georganiseerd, en men gaat dus altijd
geheel op eigen risico!
Er zijn een aantal algemeen geldende veiligheidstips voor als je gaat
schaatsen op natuurijs:
- Ga nooit alleen op pad.
- Ga niet op pad in het donker of bij dichte mist.
- Neem ijspriem (met kurk op de punt), touw en GSM mee.
- Neem reservekleding mee.
- Ga bij twijfel terug.
Nog meer goede veiligheidstips vind je
hier. Bezoek
Natuurijsschaatsen.nl voor meer informatie over allerlei
toertochten (die binnenkort hopelijk gereden kunnen worden). Ten slotte,
wees steeds voorzichtig, en voor de rest: heel veel
plezier!!
11 december 2008: persoonlijke records vanaf 2002
De persoonlijke records van de dames en heren trimmers zijn
bijgewerkt, in een lijst
gezet en raadpleegbaar. De gereden afstanden zijn - meestal - 500 en
1000 meter voor de Dames, en 500 en 1500 meter voor de Heren. De
persoonlijke records (pr's) gaan terug tot 2002:
PR's van de Dames
PR's van de Heren
8 maart 2008, trimmers: Clubkampioenschappen
Trimmers 2008
Op zaterdag 8 maart werd na afloop van de Interclub om de
Vechtsebanentrofee werd nog gestreden om het clubkampioenschap bij de
Trimmers. Klik hier voor een overzicht van de
uitslagen.